A

Gewone aandelen vertegenwoordigen een gedeelte van de eigendom van een onderneming of beleggingsfonds. Aandelen zijn risicovoller naar mate de invloed van marktkrachten op de onderneming groter is en er geen garantie bestaat over de waarde van de oorspronkelijke investering. Gewone aandelen geven de houder stemrecht op de Algemene Vergadering van Aandeelhouders en geven ook recht op een dividend. Als een onderneming echter failliet gaat, komen aandeelhouders achter in de rij bij het verdelen van de opbrengsten uit de boedel.

Bij aandelenfondsen belegt men in aandelen van bedrijven, niet rechtstreeks , maar via een beleggingsfonds van een bank, verzekeraar of vermogensbeheerder. 

Voordelen: Het voordeel van een aandelenfonds is de spreiding van uw inleg over een groot aantal aandelen. U kunt via het fonds in veel meer bedrijven beleggen dan helemaal alleen. En men hoeft ook niet al het nieuws rondom elk individueel aandeel te volgen. Het volstaat met het volgen van de koersen van de aandelenfondsen. Beleggen in beleggingsfondsen is mogelijk goedkoper dan beleggen in individuele aandelen. Een aandelenfonds heeft ook als pluspunt dat u de beleggingen gemakkelijk kunt spreiden over allerlei landen en sectoren. 

Nadelen: Bij een aandelenfonds is men afhankelijk van de fondsmanager. Hij bepaalt de beleggingsstrategie en waarin het fonds belegt. In veel gevallen is die strategie wel bekend. Daarnaast geldt voor aandelenfondsen in het algemeen dat men een groter risico loopt met deze fondsen dan met sparen. Men maakt kans op een hoog, maar ook op een tegenvallend rendement. Heeft u eenmaal besloten tot het beleggen in een aandelenfonds, dan ziet u al snel dat u kunt kiezen uit heel veel soorten aandelenfondsen. Er zijn fondsen die beleggen in Nederlandse, Europese of Aziatische aandelen. Andere aandelenfondsen beleggen in kleine bedrijven of in bepaalde sectoren. Het valt niet mee om zelf een keuze te maken uit deze enorme hoeveelheid fondsen. Gelukkig vindt men online veel informatie over de prestaties van aandelenfondsen. Hier leest men ook meer over de kosten van het aandelenfonds. Bedenk eerst of de belegging wel bij u past, voor u belegt in een aandelenfonds.

De aandelenindex is het gewogen gemiddelde van een aantal belangrijke aandelen. Vaak zijn dit de grootste aandelen van de beurs (zoals de Bel20 in België, de AEX index in Nederland, de DAX-index in Duitsland en de Dow Jones Industrial Average in New York). Ook is het mogelijk dat er een aandelenindex wordt gecreëerd op een "mandje" aandelen uit een bepaalde sector, bijvoorbeeld van de aandelen in de auto-industrie. Enkele aandelenindices worden berekend op basis van alle aandelen die genoteerd zijn aan een beurs.

Het realiseren van een positief rendement onafhankelijk van de prestaties van bijv. aandelen- of obligatie indexen. Het absoluut rendement wordt wel vergeleken met het risicovrije rendement van bijv. Belgische schatkistcertificaten over één jaar. Niet alleen hedge fondsen (zie verder) hebben als beleggingsdoelstelling het realiseren van een absoluut rendement, maar ook meer klassieke fondsen die gebruik maken van zero obligaties (zie verder). 

Alternatieve beleggingen verwijzen doorgaans naar beleggingen in hedge fondsen (zie verder). De meeste hedge fondsen volgen beleggingsstrategieën die sterk verschillen van die van de klassieke beleggingsfondsen. Voorbeelden van zulke strategieën zijn long/short, event driven, global macro, convertible arbitrage. Omdat deze strategieën zo sterk verschillen van de klassieke, zijn de risico’s eigen aan hedge fondsen ook helemaal anders.

Gemiddelde van de vooruitzichten (inzake winst, PER, dividend) van een aantal financieel analisten voor een bepaalde sector, een onderneming, een index of een munteenheid op een gegeven moment. De consensus geeft een goed beeld van wat de kapitaalmarkten op een bepaald ogenblik denken van een onderneming en haar potentieel.

Het op hetzelfde ogenblik kopen en verkopen van een effect tegen een verschillende prijs op twee verschillende markten, waardoor winst kan worden gemaakt zonder enig risico te nemen. Arbitragetechnieken zijn alleen mogelijk in niet efficiënte markten.

Verdeling van een portefeuille. Dat gebeurt over verschillende beleggingscategorieën: aandelen, obligaties, liquiditeiten (cash) en/of vastgoed.

Dit is het fenomeen waarbij de winst bij opwaartse trend van het onderliggend aandeel duidelijk verschilt van het verlies bij een dalende trend van dezelfde activa. Bvb.: bij een call optie, wanneer de koers van het onderliggend aandeel zakt/daalt is het verlies voor de investeerder, beperkt tot de prijs van de optie. Daarentegen, als de koers stijgt zal de winst in verhouding blijven met de hausse van de waarde die het aandeel ondervonden heeft.   

Situatie waarin de koers van de onderliggende waarde van een optie gelijk is aan de uitoefenprijs van de optie.

B

Een basispunt is een honderdste van een procent (0.01%). Basispunten worden gebruikt om veranderingen in rentes uit te drukken. Een stijging van de rente van 6.25% naar 6.75% betekent een stijging van 50 basispunten.

Een bedrijfsobligatie is een obligatie die uitgegeven wordt door een onderneming om de bedrijfsactiviteiten te financieren. De hoofdsom wordt terugbetaald wanneer de obligatie afloopt. Daarnaast keert een obligatie tijdens zijn looptijd regelmatig rente uit. Er bestaan ook diverse fondsen die beleggen in bedrijfsobligaties.

De jaarlijkse beheerskosten, meestal uitgedrukt als percentage, is de vergoeding die een vermogensbeheerder voor het managen van een fonds in rekening brengt. Deze vergoeding wordt in mindering gebracht op het vermogen van het fonds.

Zelf in effecten beleggen vraagt veel tijd en aandacht. Daarom beleggen veel mensen liever in beleggingsfondsen, die beheerd worden door een professional. De experts van het fonds bepalen dag in dag uit welke aandelen er worden gekocht of verkocht. Door een vakkundige spreiding van uw belegging vermindert het risico ten opzichte van een investering in een specifiek aandeel of obligatie. De instapdrempel is heel laag. Bovendien kan u via een fonds beleggen in moeilijk toegankelijke markten (bv. opkomende markten).

Uw beleggingshorizon is de periode waarin u niet over uw geld hoeft te beschikken. De duur van die periode bepaalt mee de beleggingsvorm die u kiest. Hebt u een lange horizon? Dan zijn aandelen of fondsen geschikt voor u. Hebt u uw geld beslist binnen twee jaar nodig? Dan is beleggen in aandelen, fondsen of obligaties veel minder geschikt.

Engelse term voor financiële meetlat. Een benchmark is een vooraf bepaalde index die dient als ijkpunt voor de prestaties van een beleggingsfonds. Fondsen vergelijken hun performances met de benchmarks als de Bel-20 index of de MSCI World-index.

Ook wel beurs- of marktwaarde genoemd. Het aantal aandelen vermenigvuldigt met de beurskoers van een bepaald moment, of de nominale waarde van een uitstaande obligatie vermenigvuldigt met de beurskoers van een bepaald moment.

Beleggingsvennootschap met vast kapitaal. Dat heeft als gevolg dat de aandelen op de beurs genoteerd moeten worden. Instappen of uitstappen kan dus enkel via een beursorder. In tegenstelling tot beveks (beleggingsvennootschap met variabel kapitaal) kan de beursnotering van een bevak sterk afwijken van haar intrinsieke waarde. De koers wordt namelijk door vraag en aanbod bepaald. Als de beurskoers hoger is dan de intrinsieke waarde, dan spreekt men van een agio of premie. Als de beurskoers lager is, van een disagio of discount.

Beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal. De term 'veranderlijk' geeft aan dat het om een beleggingsvennootschap gaat die haar kapitaal kan verhogen of verlagen. Dat gebeurt respectievelijk door de uitgifte van nieuwe aandelen, of door aandelen terug te kopen. In het frans gekend als SICAV (Sociétés d'Investissement à Capital Variable). Beveks zijn bij ons beter gekend als beleggingsfondsen.

Converteerbare obligaties geven de investeerder de mogelijkheid om van de hausse van het onderliggend aandeel te genieten, indien ze op termijn omgezet wordt. Aan de andere hand zijn investeerders beschermd tegen een neerwaartse trend van het onderliggend aandeel, omdat de waarde van een converteerbare obligatie in principe niet lager zal vallen dan de waarde van haar traditioneel equivalent, beter bekend als de ‘bond floor’.

Een analysetechniek die de nadruk legt op het onderzoek van individuele aandelen/fondsen eerder dan op de macro-economische toestand (top down: zie verder).

Een buy en hold strategie is een strategie waarbij een belegger een aandeel koopt en voor een relatief lange periode aanhoudt. Dit in tegenstelling tot een korte termijn trading strategie. De buy en hold strategie heeft per definitie een lage omzet tot gevolg.

C

Het recht om een bepaalde hoeveelheid onderliggende waarde (contractgrootte), gedurende een vooraf vastgestelde periode (looptijd), tegen een bepaalde prijs (uitoefenprijs), te kopen. Ter verkrijging van dit recht betaalt de koper een premie, de optiepremie. Met de aankoop van een call optie anticipeert men op een hausse van de koers van het effect.

Het is een weergave van het intern rendement van de investeringen, omdat hij de gegenereerde rendementen koppelt aan het eigen vermogen, rekening houdend met de afschrijvingen. Hoe hoger die ratio, hoe beter de activa beheerd worden en hoe meer de waarde van de onderneming er op vooruit gaat.

Closed end fondsen zijn beleggingsfondsen waarvan het aantal uitstaande aandelen vast is. Net als bij aandelen wordt er bij de introductie een bepaald aantal aandelen aan het publiek aangeboden die vervolgens op de beurs wordt verhandeld. De koers is afhankelijk van het sentiment onder beleggers en kan afwijken van de intrinsieke waarde. Bij een koers onder de intrinsieke waarde spreken we van een discount, bij een koers boven de intrinsieke waarde spreken we over een premium. Zie BEVAK.

Het omzetten van een converteerbaar activa in een ander soort activa. Dit gebeurt meestal tegen een op voorhand vastgezette prijs of op een vooraf gedetermineerde datum. Het converteerbaar aspect van een financieel effect is een derivatief instrument dat op een zelfstandige wijze wordt gewaardeerd van het onderliggend effect. In dit opzichte, betaalt de investeerder een hogere prijs voor de converteerbaarheid van een financieel activa.

Een convertible of converteerbare obligatie is een door een bedrijf uitgegeven obligatie die tijdens de looptijd geconverteerd kan worden naar aandelen in dat bedrijf tegen een vooraf vastgestelde verhouding. De beslissingsbevoegdheid om te converteren kan zowel bij de uitgever als de houder liggen.

Tweede afgeleide van de Delta die de gevoeligheid van de converteerbare obligatie weergeeft ten opzichte van het onderliggende aandeel. Convexiteit wordt gebruikt als een riskmanagement tool en helpt het risico te meten die een portefeuille van obligaties loopt.

De credit rating geeft de kans en waarschijnlijkheid weer dat een onderneming niet in staat is zijn verplichtingen van een bepaalde obligatie na te komen. Er zijn meerdere bureaus die ratings geven, voorbeelden zijn Moody's, Standard & Poor's en Fitch. Ieder bureau heeft zijn eigen systeem. Obligaties met een rating van AAA tot BBB- heten 'investment grade' terwijl obligaties met een rating van BB+ te boek staan als speculatief.

Het renteverschil, uitgedrukt in basispunten (bps), dat een bedrijfsobligatie moet geven in verhouding tot een staatsobligatie met dezelfde looptijd. Bijvoorbeeld: voor een bedrijf van uitzonderlijke kwaliteit (prime, AAA- of AA-rating) zal de credit spread ongeveer 20 bps (of 0,20%) bedragen, terwijl die voor een risicovoller bedrijf (B-rating) gemakkelijk 200 bps kan bereiken. Uiteraard fluctueert het algemeen niveau van de credit spreads afhankelijk van de economische conjunctuur: in een periode van recessie of financiële crisis gaan de credit spreads fors stijgen, terwijl ze in een periode van economische opleving gaan dalen.

D

Dit is een “hedging ratio” die de variabiliteit meet van de waarde van een optie rekening houdend met de variabiliteit in prijs van het onderliggende. Voorbeeld: Voor een call optie, betekent een Delta van 0,70 dat voor elke stijging van $1,00 op het onderliggend effect dat de call stijgt met $0,70. Daarentegen, voor een put optie zal de Delta negatief zijn (-0,70), aangezien een put interessant wordt bij een daling van het onderliggend effect. Voor een stijging van $1,00 op het onderliggend activa, zal de waarde van de put met $0,70 verminderd worden.
Voor een “in the money” optie zal de Delta van een call, tegen het einde van de looptijd, 1,00 benaderen en een put zal dan een delta van -1,00 benaderen.

De bewaarder (custodian) is een bancaire of trustorganisatie die verantwoordelijk is voor het bewaren en administreren van de effecten die een fonds bezit. Soms is de bewaarder ook verantwoordelijk voor de afwikkeling van transacties van het fonds.

Opties, future’s, warrants of agrarische termijn-contracten zijn derivaten of ‘afgeleide producten’ die worden verhandeld op een onderliggende waarde zoals aandelen, indices, valuta’s of commodities.

Diversificatie is een strategie om blootstelling aan niet-systematisch risico (dit is risico dat men kan elimineren) te beperken. Daarnaast is er ook systematisch risico, dat is risico dat inherent is aan beleggen in een bepaalde markt. Men kan bijvoorbeeld het risico dat men loopt bij het beleggen in een bepaalde sector of onderneming beperken, door in de totale portefeuille een brede spreiding aan te brengen, maar men blijft altijd afhankelijk van marktbrede bewegingen. Bij diversificatie gaat het om het spreiden van uw beleggingen over verschillende beleggingen en fondscategorieën. Een gediversifieerde portefeuille kan aandelen, obligaties, kas en onroerend goed combineren. Beleggingsfondsen zelf kennen een verschillende vorm van spreiding, er zijn enerzijds breed gespreide mixfondsen en anderzijds ook zeer gespecialiseerde aandelenfondsen die in één sector van de aandelenmarkt beleggen. Het doel bij diversificatie is om de totale beleggingsportefeuille zo samen te stellen dat een minder goede performance in het ene onderdeel wordt gecompenseerd door een goed performance van een ander fonds, of gedeelte van de portefeuille.

Dit is een prijsevaluatie methode voor aandelen, gebaseerd op de verwachte dividenden die terug naar het heden worden geactualiseerd. Het basis principe die er achter ligt is dat een aandeel waarvan de waarde van DDM hoger ligt dan de actuele koers, onder geëvalueerd is.

Duration is de (gewogen) gemiddelde looptijd van een obligatie. De duration is ook een maatstaf voor het effect dat een renteverandering heeft op de koers van een obligatie of portefeuille van obligaties. Duration wordt gemeten in jaren (een duration van drie jaar betekent bijvoorbeeld dat de koers van een obligatie ongeveer 3% stijgt als de rente met 1% daalt).

E

Dit is de prijs waartegen een nieuw effect wordt uitgegeven. Ook uitgiftekoers genoemd.

F

De nominale of naakte waarde van een financieel effect. Voor aandelen is het de originele waarde bij beursingang. Voor obligaties is het de waarde die de houder terugkrijgt op het einde van de looptijd (meestal $1000). Gewoonlijk wordt de naam “par” of “par value” gebruikt.

Met fonds, wordt "instelling voor collectieve belegging"(ICB) bedoeld. Instelling voor collectieve belegging is een algemeen begrip gebruikt voor instellingen die hun financiële middelen bij het publiek aantrekken en waarvan de activiteit erin bestaat een portefeuille in financiële instrumenten te beheren. Het begrip fonds groepeert zowel beleggingsvennootschappen (zoals de bevek of de bevak) als beleggingsfondsen (zoals het gemeenschappelijk beleggingsfonds).

Techniek waarmee een financiële analist de evolutie van beurskoersen tracht te beoordelen en te voorspellen door het bestuderen van onder meer de balansgegevens, de verwachte winstcijfers, de bedrijfsconjunctuur en de rentetarieven.

G

Growth at a reasonable Price. De karakteristieken van aandelen die groei- en waarde aandelen combineert met de bedoeling groeiaandelen te selecteren met relatief lage P/E meervouden.

Een gemeenschappelijk beleggingsfonds is een instelling voor collectieve belegging van het contractuele type, beheerd wordt door een beheervennootschap en waarvan het vermogen een onverdeelde eigendom vertegenwoordigt van alle deelnemers.

Fondsen die zijn samengesteld uit diverse beleggingscategorieën: aandelen, obligaties, cash en vastgoed. Bij deze fondsen gaat het vooral om de samenstelling van het vermogen, de vermogensstructuur. De verdeling over de verschillende categorieën wordt regelmatig aangepast aan de economische vooruitzichten. Beleggen via zo'n fonds beperkt daarom het risico. Ook mixfondsen genoemd.

H

Een hedge fonds is een beleggingsfonds dat als doel heeft goede rendementen te behalen door agressieve beleggingsstrategieën te gebruiken die doorgaans niet in 'normale' beleggingsfondsen worden gebruikt. Een hedge fonds kan gebruik maken van beleggen met geleend geld, short selling, derivaten, swaps en arbitrage. De strategie van een hedge fonds is doorgaans complex en alleen geschikt voor professionele en/of institutionele beleggers.

De bonus die de fondsbeheerder ontvangt ter compensatie voor het rendement dat hij wist te behalen is afhankelijk van de reële waarde van het fonds. Enkel boven de historisch hoogste waarde van het fonds wordt een bonus aangerekend. Na een jaar van verlies zal de beheerder eerst dat tekort moeten goedmaken alvorens een bonus verrekend mag worden. Op die manier kan een fonds met één dramatisch jaar wel verschillende jaren winst maken zonder daarvoor een bonus te ontvangen aangezien eerst het dramatische verlies goedgemaakt dient te worden. Bij TreeTop AM worden high-water mark fees beschouwd als een van de best practices bij het beheren van beleggingsfondsen.

I

Situatie waarin de uitoefenprijs van de call optie lager, of van een put optie hoger, is dan de koers van de onderliggende waarde.

Een beleggingsfonds dat op zulke wijze wordt beheerd dat het de prestaties schaduwt van een aandelenindex.

Het aanpassen van de waarde van diensten of goederen naargelang een vooraf bepaalde index. Een indexatie is meestal gebruikt om lonen aan te passen voor inflatie. 

K

Fondsen die geen dividend uitkeren. De inkomsten worden herbelegd. Bij de verkoop strijken beleggers eventuele herbelegde inkomsten in één keer op, in de vorm van een meerwaarde.

Gedetailleerd overzicht van de portefeuille op het einde van elk kwartaal met berekening van de gerealiseerde prestaties van alle aandelen.

L

Geld in contanten. Op de geldmarkt is dit de mate waarin een bank aan de kasreserveverplichting kan voldoen. Op de kapitaalmarkt is dit de mate waarin effecten direct te verhandelen zijn zonder dat er grote koersverschillen ontstaan. 

M

Professionele partij op de optiebeurs die de markt onderhoudt in bepaalde opties. Deze handelt uitsluitend voor eigen rekening en neemt daarbij de verplichting op zich om doorlopende bied- en laatprijzen af te geven en tegen die koersen te handelen.

Investeringsstrategie gebaseerd op het voorspellen van de financiële markten door gebruik te maken van gecompliceerde, technische indicatoren en modellen van economische data. Verschillende investeerders, en voornamelijk academici, geloven dat het onmogelijk is om dit op een realistische wijze te doen. Anderen, meestal actieve traders, geloven dat Market Timing werkelijk de enige mogelijk manier is om op de markt te handelen. Het is voornamelijk een kwestie van opinie. Wij geloven dat het extreem moeilijk blijft om deze strategie voor lange periode vol te houden op een succesvolle manier. Voor de gemiddelde investeerder die over weinig tijd beschikt om op een dagelijkse basis te traden, is het een goede reden om deze strategie niet te hanteren. Voor deze mensen is een investeringshorizon op een lange termijn een betere aanpak.

Wiskundig instrument uit de technische analyse dat de kracht van een bepaalde koersontwikkeling berekent. Wanneer de koers nog stijgende is, terwijl de momentum indicator daalt betreft het een waarschuwingssignaal. In de tegenovergestelde situatie betreft het een positief signaal. 

N

Het begrip netto-inventariswaarde (NIW) wordt gebruikt voor fondsen en beveks. Het gaat om de totale waarde van de bezittingen van het fonds. Ze wordt normaal uitgedrukt per deelbewijs en komt dan ook overeen met de prijs die men op een gegeven ogenblik moet betalen - zonder kosten en taksen - om een deelbewijs van het betreffende fonds te kopen. De inventariswaarde evolueert mee met de waarde van de activa waarin het fonds belegt en niet volgens de wet van vraag en aanbod van de deelbewijzen.

Bepaling van de waarde van een goed of van een financieel instrument op een bepaald moment, hetzij op een georganiseerde markt, hetzij op een onderhandse markt.

O

Schuldbekentenis, uitgegeven door een bedrijf, instelling of overheid. Deze vertegenwoordigt een lening aan de uitgevende instantie. De obligatiehouder heeft gedurende de looptijd recht op rente. Bij aflossing is dat een recht op terugbetaling van de nominale waarde. Een obligatie kan op de effectenbeurs worden verhandeld.

Een obligatiefonds belegt zijn vermogen in hoofdzaak in obligaties. Deze fondsen combineren een degelijk en vrij stabiel rendement met een relatief laag risico. Een professioneel team van beleggingsspecialisten en beheerders zorgt voor een voortdurende controle en opvolging van looptijden, debiteuren en wisselkoersen van de obligaties in de portefeuille van het fonds. De sterkte van een obligatiefonds bestaat er vooral in dat de fondsbeheerder permanent kan inspelen op verwachte rente-evoluties om een zo hoog mogelijk rendement te behalen. Als u veiligheid belangrijk vindt, dan horen obligatiefondsen zeker thuis in uw portefeuille.

 

Activa (aandeel-index, aandelenkorf of valuta) die dienen als basis voor afgeleide producten.

Een open end beleggingsfonds is een collectieve belegging waarvan het aantal aandelen kan variëren. Als er per saldo vraag is naar het fonds, worden extra aandelen uitgegeven. Als er meer aanbod dan vraag is, koopt het fonds aandelen in.

Het op de optiebeurs verhandelbare recht om een bepaalde vaste hoeveelheid onderliggende waarde (bijvoorbeeld aandelen) te kopen of te verkopen tegen een vooraf vastgestelde prijs gedurende een bepaalde periode. De koper krijgt tegen betaling van een premie het recht om tot zekere datum een onderliggende waarde tegen een vooraf vastgestelde prijs te kopen of te verkopen aan de verkoper (schrijver) van die optie. De verkoper of schrijver van de optie heeft op zijn beurt een premie ontvangen voor de verplichting om deze onderliggende waarde te kopen of te verkopen tegen een vooraf gestelde prijs tot de expiratiedatum. 

Situatie waarin de uitoefenprijs van een call optie hoger (of bij een put optie lager) is dan de koers van de onderliggende waarde.

P

De beurskoers van een obligatie wordt steeds uitgedrukt als een percentage van de nominale waarde. Als een obligatie met een nominale waarde van 2.000€ noteert aan 104%, dan wil dat zeggen dat u 2.080€ moet betalen om die obligatie te kopen. Een obligatie die boven de 100 staat noteert 'boven pari' en een obligatie die onder de 100 staat noteert 'onder pari'.

Engelse term voor koers-winstverhouding. Prijs van het aandeel van een maatschappij gedeeld door de winst per aandeel.

Geven de bezitters van dergelijke aandelen het eerste recht op uitkering van dividend, vaak een vast percentage van de nominale waarde van een aandeel, voordat aan de gewone aandeelhouders dividenduitkering plaatsvindt.

Een prospectus is een wettelijk vereist document, veelal juridisch van aard, bij een emissie van financiële producten, zoals aandelen, obligaties, beleggingsfondsen et cetera. In het prospectus staan de voorwaarden van de emissie vermeld. Enkel op basis van een prospectus kan een verantwoorde beleggingsbeslissing worden genomen.

Het recht om een bepaalde hoeveelheid onderliggende waarde (contractgrootte), gedurende een vooraf vastgestelde periode (looptijd), tegen een vooraf vastgelegde prijs (uitoefenprijs), te verkopen. Ter verkrijging van dit recht betaalt de koper een premie, de optiepremie. Met de aankoop van een putoptie anticipeert men op een baisse van de koers van het effect. 

R

Het relatief rendement vergelijkt het door een beheerder behaalde rendement met dat van een vooraf vastgelegde referte-index. Als het behaalde rendement beter is dan de referte-index, heeft de beheerder goed gepresteerd. 

Onder de rentabiliteit van het eigen vermogen (Engl: Return on Equity oftewel ROE) wordt verstaan de mate van winstgevendheid; dus de verhouding tussen de vermogensopbrengst die een onderneming gedurende een bepaalde periode heeft gerealiseerd, en het vermogen waarmee die opbrengst is verkregen. Met de vermogensopbrengst wordt het bedrag bedoeld dat van de totale bedrijfsopbrengsten overblijft wanneer daar alle bedrijfskosten, exclusief de betaalde rente van zijn afgetrokken (EBIT). De rentabiliteit van het eigen vermogen (afgekort tot REV) is een kengetal dat het gerealiseerde rendement aangeeft van het geïnvesteerde eigen vermogen vóór of na belasting.

Speciale soort van converteerbare obligaties die zich automatisch converteren in aandelen van het emitterende bedrijf wanneer de waarde van het onderliggend effect onder een bepaald niveau daalt. Dit contrasteert met de traditionele converteerbare obligaties waarbij de houder de mogelijkheid heeft om te converteren. Deze “revertibles” hebben meestal een expiratie datum of tijdspanne om te kunnen converteren. Eenmaal deze verstreken is, behouden ze hun traditionele obligataire karakteristieken. Deze obligaties hebben gewoonlijk een zeer hoge rente en zijn op de markt gebracht door bedrijven met een slechte rating hebben. 

De consequenties van het verkeren in onzekerheid over bijvoorbeeld de wijze waarop de koersen van aandelen of buitenlandse valuta zullen gaan evolueren. 

Indicator die het mogelijk maakt op een bepaald moment te meten hoe interessant het is om in risicovolle activa (bijvoorbeeld aandelen) te beleggen en niet in risicoloze activa (bijvoorbeeld staatsobligaties). Het verwachte rendementsverschil tussen twee beleggingen is de risicopremie.

S

Dit is de markt waar effecten worden verhandeld die al eerder zijn uitgegeven.

De Sharpe ratio meet de voor het genomen risico gecorrigeerde opbrengst. Hij wordt berekend door de risicovrije opbrengst af te trekken van de opbrengst van een beleggingsfonds of portefeuille en nadien het resultaat te delen door de standaardafwijking van de portefeuille/fondsopbrengsten. Ontwikkeld door William Sharpe, de latere Nobelprijswinnaar, geeft de Sharpe ratio aan of de opbrengst van een fonds/portefeuille te danken is aan een goed beheer dan wel aan het nemen van extra risico. Hoe positiever de Sharpe ratio, hoe beter.

Staat voor Sociétés d'Investissement à Capital Variable. Zie Bevek. 

Een staatsobligatie (ook wel staatslening) is een obligatie aangegaan door een overheid. 

Een investeringsstrategie waarbij een analist of investeerder zijn belegging baseert op een fundamentele analyse van een specifiek aandeel, om uiteindelijk de keuze te maken om deze toe te voegen aan zijn portefeuille. Dit is een moeilijk proces omdat er geen waterdichte wijze bestaat om de toekomstige koers van het aandeel te kunnen waarderen. Nochtans kan de analyse van verschillende factoren een beter beeld geven dan te vertrouwen op een intuïtief gedachtegang. Elke forecasting methode die gebruikt wordt om de analyse te maken moet enige vorm van fout marge bevatten om onaangename verassingen te voorkomen. 

Een financieel instrument dat op een artificiële wijze wordt gerecreëerd door andere activa te combineren. In het geval van een converteerbare obligatie wordt een obligatie genomen samen met een call optie op één of meer aandelen van hetzelfde bedrijf.

T

Een analysetechniek die vertrekt van macro-economische gegevens en verwachtingen om beleggingsbeslissingen te nemen.

U

UCITS staat for Undertakings for Collective Investment in Transferable Securities. De term refereert aan een richtlijn van de Europese Unie, die vaststelt waaraan een in de EU gevestigd fonds moet voldoen om verkocht te mogen worden in alle EU landen. De UCITS richtlijn heeft als doel beleggingsrichtlijnen in Europa te vereenvoudigen en beleggers meer bescherming te bieden. In Nederland wordt UCITS ook wel ICBE genoemd.

V

Daling van de winst per aandeel door toename van het aantal aandelen waarover de winst verdeeld wordt. Het is het verschijnsel dat een aandeel minder waard wordt doordat er zonder dat het vermogen van de onderneming gegroeid is meer aandelen op de markt komen.

De standaarddeviatie is een statistische maatstaf die de spreiding rondom een gemiddelde meet. De standaarddeviatie voor een fonds geeft weer hoe rendementen in een bepaalde periode van elkaar varieerden. Beleggers gebruiken de standaarddeviatie over een bepaalde periode als maatstaf voor risico die vervolgens weer gebruikt kan worden om te voorspellen in welke range toekomstige rendementen waarschijnlijk zullen voorkomen. Wanneer een fonds een hoge standaarddeviatie heeft, is de voorspelde range breder, wat een hogere volatiliteit impliceert. De standaarddeviatie kan gebruikt worden om het risico van een bepaald fonds te meten. Voor het meten van het risico van een portefeuille van meerdere fondsen is de standaarddeviatie minder geschikt omdat de standaarddeviatie van een portefeuille niet alleen afhangt van de standaarddeviatie van de onderdelen van de portefeuille, maar ook van de correlatie tussen de fondsrendementen. Als rendementen van een fonds een normale verdeling kennen, dan zal het rendement in ongeveer 68% van de gevallen binnen één standaarddeviatie van het gemiddelde vallen. In 95% van de gevallen valt het rendement binnen de bandbreedte die wordt gevormd door twee standaarddeviaties bij het gemiddelde rendement op te tellen en af te trekken.